Wedstrijden
Binnenlandruiters kunnen meedoen met
nationale wedstrijden, genaamd Stedenontmoetingen (SO).
Door mee te doen aan SO’s kan een studentruiter zich
tevens kwalificeren voor het jaarlijkse Vereniging
Nederlandse Studentenruiters Kampioenschap (VNSK), een
soort NK voor studenten. De resultaten van alle SO’s
worden bijgehouden en aan het eind van het jaar
plaatsen de beste 3 ruiters zich voor het VNSK. Er
worden elk jaar een aantal SO’s georganiseerd door de
verschillende studentenrijverenigingen in Nederland. De
SO’s zijn uitermate geschikt om contacten te leggen met
studentenruiters uit het hele land, tijdens de
gezellige feesten en borrels waarmee het sportieve
gedeelte wordt afgewisseld.
De wedstrijden beslaan een heel weekend, waarbij wordt
gereden op de paarden van de manege waarbij die
vereniging rijdt. De deelnemers kennen de paarden dus
niet, bij aankomst loot je op welk paard je rijdt en
als hoeveelste. Er rijden drie ruiters op hetzelfde
paard en de beste van de drie gaat door naar de
volgende ronde. Er zijn drie rondes: de voorronde, de
halve finale en de finale. |
| |
Weekend
Een
weekend ziet er ongeveer als volgt uit:
- Zaterdagmiddag en –avond. De voorrondes
van de dressuur worden verreden. Per categorie
rijden er maximaal 4 paarden mee, dus maximaal 12
deelnemers per categorie. Je hebt ongeveer 1 proef
lang de tijd om in te stappen en 1 proef de tijd om
in te rijden, waarna je je proef moet rijden. Je
rijdt alleen tegen de mensen die op hetzelfde paard
rijden.
- Zaterdagavond. Na alle proefjes vind het
feest plaats, waarbij iedereen zo veel mogelijk
verkleed gaat in het weekend-thema. Het feest vind
meestal plaats op de manege of bij de slaaplocatie.
Tijdens het feest worden de ruiters bekend gemaakt
die door zijn naar de halve finale, welke op zondag
worden verreden.
- Zondagochtend. Dan vinden de halve finales
en finales van de dressuur plaats. Wanneer er 4
paarden meereden in de voorronde, dan zijn er 4
ruiters door naar de halve finale. Daar rijden 2
ruiters op hetzelfde paard en de beste van deze
twee gaat door naar de finale. De twee laatste
ruiters strijden in de halve finale ten slotte om
de 1e en 2e plek.
- Zondagmiddag. Er worden ook vaak
springwedstrijden georganiseerd op een SO en die
vinden altijd op zondag plaats. Het systeem is
hetzelfde als bij de dressuur, maar in plaats van
gedurende 1 proef inrijden mag je 2
oefenhindernissen inspringen.
- Zondag eind van de middag. Na het springen
vind de prijsuitreiking plaats, waarna het weekend
weer is afgelopen.
Gedurende het weekend wordt er gezorgd voor een diner
op zaterdag en ontbijt en lunch op zondag. |
| |
Categorieën
De dressuur en het springen worden in verschillende
categorieën verreden, zodat iedereen mee kan doen. Of
je nu nog maar net paard rijdt of al jarenlang, voor
iedereen is het leuk om mee te doen!
De
dressuur heeft 5 verschillende categorieën:
- Ba dressuur: Deze categorie is bedoeld
voor ruiters die nog nooit officiële wedstrijden
hebben gereden en geen tot weinig ervaring hebben.
In de voorronde en halve finale wordt een B-proef
gereden en in de finale wordt een andere B-proef
gereden.
- Bb dressuur: Deze categorie is bedoeld
voor de wat meer ervaren ruiters en welke ook al
eens hebben gestart op wedstrijden. Ook hier wordt
een B-proef gereden in de voorronde en halve
finale, maar wordt in de finale een L1-proef
gereden.
- La dressuur: Deze categorie is bedoeld
voor de ervaren ruiter en wordt in de voorronde en
halve finale een L1-proef gereden en in de finale
een L2-proef.
- Lb dressuur: Deze categorie is ook bedoeld
voor de ervaren ruiter, maar wordt in de voorronde
en halve finale een L2-proef gereden en in de
finale een M1-proef.
- M dressuur: Deze categorie is bedoeld voor
de vergevorderde ruiter en wordt in de voorronde en
halve finale een M1-proef gereden en in de finale
een M2-proef.
Het springen heeft 2 categorieën:
- B springen: Je mag hier alleen aan meedoen
als je genoeg hebt gepresteerd in de B dressuur. De
hindernissen staan in de voorronde tussen de 40 en
60 cm, in de halve finale maximaal 75 cm en in de
finale maximaal 80 cm. Er wordt op stijl gereden,
niet op tijd. Eerst zijn de strafpunten
doorslaggevend, maar mocht dit gelijk zijn dan
tellen de punten voor de stijl.
- L springen: Je mag alleen met het L springen
meedoen als je genoeg hebt gepresteerd in de L
dressuur. De hindernissen staan in de voorronde op
maximaal 90 cm en loopt op tot maximaal 1.10 m in
de finale, die tevens als enige op tijd verreden
wordt.
Je mag
altijd een categorie hoger gaan rijden, maar je mag
nooit zomaar een categorie lager gaan rijden. Voor het
springen gelden weer andere regels, dan dien je voor
het L springen in ieder geval L dressuur te rijden. Je
moet een categorie hoger gaan rijden wanneer je 2 keer
eerste bent geworden of 3 keer bij de top 3 bent
geëindigd. Ook wanneer je op het VNSK hebt gereden moet
je een categorie hoger gaan rijden. |
|